De MomSpeaking-methode
Van kennen
naar kunnen
Over de efficiëntste weg van basisgrammatica naar vloeiend Japans
Een zangtalent zingt gewoon.
Een looptalent rent gewoon.
En iemand met een talenknobbel?
Ook bij vreemde talen
valt geen meester uit de lucht.
Er is geen bijzondere reden waarom een hond in het Japans inu (犬) heet. Tussen klank en betekenis bestaat geen noodzakelijk verband – de taalkundige Ferdinand de Saussure noemde dat de arbitrariteit van het teken (Saussure, 1916). En waar geen reden is, valt er voor talent ook niets af te leiden. Wie een taal leert, moet dus elk woord en elk stukje grammatica één voor één horen en zich eigen maken. Alleen al voor het hoogste niveau van het vroegere officiële examen Japans (JLPT) had je zo’n 10.000 woorden nodig (Japan Foundation & JEES, 2002).
Iedereen die vloeiend spreekt, heeft er dan ook zonder uitzondering veel uren in gestoken. Talent bepaalt hoe snel je gaat, maar je slaat er geen stukken van de weg mee over. Blijft er één vraag over.
Welke manier is
het efficiëntst?
Een gesprek is de wedstrijd
Waarom oefenen met een tutor minder oplevert dan het lijkt
Al doende leert men, zeggen ze. Daarom gaan veel mensen na de basisgrammatica meteen praten met een moedertaalspreker of een AI-tutor. Dat is een waardevolle ervaring. Maar het is niet de efficiëntste manier om een niveau hoger te komen, en daar zijn drie redenen voor.
1Een tutor heeft jouw landkaart niet
Met die landkaart bedoelen we geen vage labels als ‘beginner’, ‘gemiddeld’ en ‘gevorderd’, maar concrete gegevens: alle woorden en zinspatronen die je moet leren en hoe belangrijk elk ervan is; welke je al kent en welke niet; wanneer je ze voor het laatst zag en welke je binnenkort dreigt te vergeten. Geen enkele tutor, mens of AI, praat met je terwijl die kaart opengevouwen op tafel ligt. Welke woorden voorbijkomen, wordt aan het toeval overgelaten. Wat je allang kent, komt tot vervelens toe terug, en wat je juist nu zou moeten leren, komt niet op het moment dat je het nodig hebt.
2Je kunt alleen zeggen wat je al hebt
Als je voorraad tekortschiet, ga je om de uitdrukking heen die je niet kent, of je vertaalt in je hoofd vanuit je moedertaal en plakt er Japanse woorden in. Al sinds de jaren zeventig is beschreven dat taalleerders moeilijke constructies vaak niet fout gebruiken, maar helemaal vermijden (Schachter, 1974). En zinnen die je in je hoofd vertaalt, zien er op het eerste gezicht prima uit, maar vaak zegt een Japanner het gewoon niet zo.
Natuurlijk kan een tutor je verbeteren. Maar onder de druk om het gesprek gaande te houden, werkt verbeteren minder goed dan je zou denken. In een studie waarin lessen in de klas werden geobserveerd, leidde juist de meest gebruikte vorm van correctie – de docent herhaalt wat je zei, maar dan zonder fout – het minst vaak ertoe dat leerlingen zichzelf verbeterden (Lyster & Ranta, 1997).
Draai de volgorde liever om. Wie eerst genoeg correcte zinnen hoort en nazegt, krijgt later ook correcte zinnen over de lippen. Zo leren baby’s hun moedertaal: door na te zeggen wat mama zegt.
3Wedstrijdervaring loont pas als de basis staat
Wat je uit een gesprek haalt, hangt af van wat je erin meebrengt. In de sport is dat niet anders: wie de basis niet beheerst, kan wedstrijd na wedstrijd spelen en toch blijven steken. Psycholoog Anders Ericsson onderzocht dat bij violisten van een Berlijnse muziekacademie. Wat de niveaus van elkaar scheidde, was niet hoeveel uur iemand gewoon had gespeeld, maar hoeveel uur doelbewust oefenen: alleen, en precies gericht op de eigen zwakke punten (Ericsson et al., 1993). Heb je een doel, dan heb je echte training nodig, geen spelletje.
Wedstrijden win je
op de training.
Waar vloeiend spreken uit bestaat
Waarom je de grammatica kent en toch blijft haperen
Je kent de grammatica en best wat woorden. Maar zodra je iets wilt zeggen, sla je dicht. Je kent de taal, maar je kunt hem nog niet. Het is de meest gehoorde klacht na de basisgrammatica, en het antwoord zit in hoe moedertaalsprekers echt praten.
1Moedertaalsprekers puzzelen niet
De taalkundigen Andrew Pawley en Frances Syder wezen erop dat grammaticaregels alleen niet verklaren hoe vloeiend moedertaalsprekers zijn (Pawley & Syder, 1983). Moedertaalsprekers bouwen niet elke zin woord voor woord op volgens de regels. Ze halen kant-en-klare stukken tevoorschijn die ze al ontelbare keren hebben gehoord en gezegd. Daarom zijn ze snel, en daarom klinkt het natuurlijk.
Voor Nederlandstaligen is dat heel concreet. Wie 置く heeft geleerd als
‘zetten’, maakt van ‘koffie zetten’ al snel コーヒーを置く – en zet
daarmee alleen een kopje neer. Wie koffie zet, zegt コーヒーを入れる.
Dat koffie een ander werkwoord wil, staat in geen enkele woordenlijst bij 置く.
Dat staat alleen in zinnen.
- op tafel zetten テーブルに置く
- thee zetten お茶を入れる
- op slot zetten 鍵をかける
- een prik zetten 注射を打つ
“You shall know a word by the company it keeps.”
Je kent een woord aan het gezelschap waarin het verkeert. — J. R. Firth, taalkundige (Firth, 1957)
Het is het oude ‘zeg me met wie je omgaat, en ik zeg je wie je bent’, maar dan voor woorden. Daarom leert MomSpeaking je woorden altijd in zinnen. Wie met zinnen leert, leert het gezelschap van een woord meteen mee: zijn partikels, zijn vervoegingen en zijn plek in de zin.
2Moedertaalsprekers vertalen niet
Wat je uit een grammaticaboek leert, is kennis die je kunt uitleggen. Om te spreken heb je kennis nodig die je kunt gebruiken zonder na te denken. Wat het een in het ander verandert, is niet beter begrijpen, maar heel veel oefenen. Hoe meer je oefent, hoe minder tijd, fouten en aandacht een taak kost, en zo raakt de kennis langzaam geautomatiseerd (DeKeyser, 2007).
Het vertaalfilter in je hoofd verdwijnt op dezelfde manier. In het begin denk je bij 置く eerst aan ‘zetten’ en pas daarna aan wat het betekent. Hoe vloeiender je wordt, hoe directer het Japans bij de betekenis uitkomt (Kroll & Stewart, 1994).
Als je het net leert
Naarmate je vloeiender wordt
Het is vermenigvuldigen, geen optellen. Ken je veel zinnen maar duurt het eeuwen voor je ze vindt, dan loopt het gesprek vast. Ben je snel maar heb je niets paraat, dan blijft het mager. En wachten tot allebei vanzelf groeien in gesprekken, duurt veel te lang. Ze moeten allebei apart en gericht getraind worden.
Shadowing en twee zwakke plekken
Als een beproefde methode met de natte vinger wordt toegepast
Luisteren, de betekenis ophalen, nazeggen. Shadowing wordt al lang gebruikt om talen te leren, en onderzoek bevestigt dat het werkt. Wat je hoort meteen nazeggen, verbeterde het vermogen om spraakklanken nauwkeurig te onderscheiden (Hamada, 2016), en onderzoekers beschrijven shadowing als een brug tussen luisteren en spreken (Kadota, 2019). Je begint bij correcte zinnen en herhaalt ze hardop, zin voor zin; de methode voldoet dus aan alle voorwaarden van hierboven. Maar shadowing met de natte vinger verliest veel van zijn efficiëntie.
1Het materiaal past niet bij jou
Wie weleens een scène uit een anime of een Japanse serie heeft nagezegd, kent het. Met te veel onbekende woorden wordt het klanken nadoen zonder betekenis, en van zinnen die je al kent, blijft niets nieuws hangen. De bekendste studies geven er cijfers bij: om een tekst zelfstandig te begrijpen, moet je zo’n 98% van de woorden kennen (Hu & Nation, 2000), om gesproken taal te volgen zo’n 95% (van Zeeland & Schmitt, 2013). Is meer dan één op de twintig woorden onbekend, dan begint het begrip te wankelen.
De taalkundige Stephen Krashen noemde de beste input i+1: input die precies één stap boven je huidige niveau (i) ligt (Krashen, 1985). De kans dat je shadowingmateriaal precies op het moment dat je oefent i+1 voor je is, is niet groot.
2Je mist het moment om te herhalen
Herhaal je iets even vaak, dan blijft het veel beter hangen als je die herhalingen over een paar dagen spreidt dan als je ze in één keer afwerkt. Dat is het spreidingseffect, een van de best bevestigde bevindingen uit het geheugenonderzoek sinds Hermann Ebbinghaus, bekend van de vergeetcurve (Ebbinghaus, 1885). Een analyse van meer dan 300 experimenten komt tot dezelfde conclusie (Cepeda et al., 2006).
Het probleem is de schaal. Als je duizenden, en later tienduizenden zinnen moet leren, is met de hand niet meer bij te houden wat je wanneer moet herhalen.
Kiezen wat je leert, en wanneer je herhaalt zodat het blijft hangen:
met de hand onbegonnen werk.
MomSpeaking rekent het uit.
Shadowing op maat
Hoe MomSpeaking één zin kiest
Wat MomSpeaking doet, past in één zin: precies op dit moment de Japanse zin kiezen die voor jou het efficiëntst is. Daarvoor doet de leerengine vier dingen.
- Woorden
- 14.000+
- Voorbeeldzinnen
- 140.000+
- Zinspatronen
- 900+
1Het Japans in kaart gebracht
We hebben ruim 14.000 woorden ingedeeld en gerangschikt op JLPT-niveau en op hoe vaak ze echt gebruikt worden. Een klein aantal veelvoorkomende woorden maakt het grootste deel uit van wat mensen in het dagelijks leven zeggen (Zipf, 1949); wie woorden in volgorde van frequentie leert, haalt dus het meeste uit dezelfde tijd (Nation, 2013).
2Elke stap wordt bijgehouden
Je leert in zinnen, maar er wordt per woord bijgehouden hoe het gaat. Nadat je een zin hebt nagezegd, geef je aan hoe het ging; dat signaal gaat naar elk woord in de zin, en zo bouwen je leergegevens zich woord voor woord op: wanneer je een woord voor het laatst hebt geoefend, hoe moeilijk het voor je is, hoe stevig het in je geheugen zit en wanneer het begint te vervagen. Hoe het met elk woord in je geheugen staat, schat FSRS, een algoritme voor gespreide herhaling. Het komt voort uit onderzoek dat met meer dan 200 miljoen echte herhalingen in kaart bracht hoe het geheugen verandert (Ye et al., 2022).
3De beste volgende zin
Voor je volgende zin bekijkt de leerengine eerst je landkaart en kiest dan een zin die je net een klein stukje verder brengt dan waar je nu bent.
Nieuw woord
辺りあたりomgeving, buurt
-
日没とともに、あたりは闇に包まれた。
Bij zonsondergang viel de duisternis over de omgeving.
4onbekende woorden
-
あたりを見回しても誰もいませんでした。
Ik keek om me heen, maar er was niemand.
1onbekend woord
-
この辺りは店が少ない。
In deze buurt zijn er weinig winkels.
0onbekende woordenGekozen
In een zin die zo is gekozen, is meestal maar één woord onbekend, en de rest wordt context die je helpt dat ene woord te begrijpen. Het is Krashens i+1, voor elke kaart opnieuw uitgerekend op basis van je eigen geschiedenis.
4Herhalen op het juiste moment
Woorden die je hebt geleerd, komen terug op het beste moment om ze te herhalen: eerst met korte tussenpozen, en naarmate het geheugen steviger wordt na dagen, weken en maanden. Een woord op precies het juiste moment opnieuw tegenkomen, in een andere context: zo wordt een woord dat je kent tweede natuur.
Terwijl jij groeit,
groeit de leerengine
met je mee.
